Titels: zegt één beeld meer dan duizend woorden?

Over de vraag of je je kunst moet duiden

Titels bedenken bij mijn beeldende werk vind ik een opgave. Woorden vinden die het beeld verrijken, versterken, misschien uitleggen of de gedachten van de kijker ontregelen (vooral dat laatste vind ik interessant, waarover hieronder meer): het lukt me helaas maar zelden. Wel vind ik dat een titel sterk moet zijn, wil het niet overkomen als een zwaktebod van de schepper.

Back then: 1988 – 1993 …

Als ik nu terugkijk naar het begin van mijn carrière, vallen me een paar dingen op. Ik was soms nogal uitleggerig, met titels als ‘4 elementen’ en ‘De vuurdragende Prometheus’ bij een onbeholpen poging de vier elementen — aarde, water, lucht en vuur — te vangen in kunst.

Soms waren mijn titels nogal ‘in your face’, zoals het werk ‘Anatomical prick and cranium’ – louter omdat ik dat zag in een verder abstract werkje van ongeveer 50×50 cm. Weinig ruimte voor verbeelding…

Collages die ik maakte tijdens een rondreis door de Verenigde Staten kregen titels als: ‘Scorpio Church’ en ‘Watch the Artificial Sperms’. Zelfs studies gaf ik in die tijd titels, zoals ‘Droogzwemmen’ en ‘Floating Thoughts, Walking Tears’. Achteraf gezien allemaal teveel in de categorie ‘lekker ingewikkeld doen’ of ‘quasi-poëtisch willen zijn’.

Er is uit die periode maar één werk dat in mijn ogen een sterke titel heeft: ‘Just Some Miners’ – een collage die ik bedoelde als een aanklacht tegen de slavernij in de Afrikaanse mijnbouw. Op het werk (een van mijn zeldzame geëngageerde werken) krioelt het van de mensen, het lijkt eerder een drukke mierenhoop. Dan komt zo’n titel wel binnen.

… and now

Inmiddels ben ik ouder, ik hoop wijzer en in ieder geval gerijpter als kunstenaar. Maar nog steeds vind ik het lastig woorden bij mijn beelden te vinden. Er is natuurlijk een easy way out: elke werk de titel ‘Untitled’ meegeven, onder het motto: één beeld zegt meer dan duizend woorden. Immers, wat ik met mijn schilderij ‘bedoelde’ hoef jij niet te zien. Of kan je misschien niet zien, omdat jij jij bent en met andere dingen bezig bent dan ik, of omdat je in een andere levensfase zit.

In een recent abstract werk van mij zien veel mensen berken in een moerasachtig berglandschap. Geïnspireerd door een ets van Charles Donker (Berk II) wist ik een vrij lastig formaat canvas – 83 x 235 – toch meester te worden. Waar Donker een hoge horizon had zette ik de horizon juist laag. En waar hij enkel de stam van één berk op de voorgrond plaatst, geef ik drie langwerpige abstracte grillige vormen de ruimte. Van de ‘berken’ laten we allebei alleen het midden van de stam zien zonder zijtakken.

Maar een vriendin die een enorme tattoo van een slang op haar rug heeft, zag er onmiddellijk drie slangen in kronkelen. Een vriend zag er de dunne benen van een Massai-krijger met zijn wapenstok in terug. Iemand anders zag er olifantspoten in. Dat kan alleen zonder titel — of als je de titel nog niet kent — en dat vind ik zo leuk, want die slangen, krijger en olifant had ik nog gezien.

Juist omdat ik graag luister naar wat anderen zien wil ik niet sturen met een titel. Daarom noem ik deze werken wysiwyg’s — What You See Is What You Get (een uitgangspunt waarop bepaalde computerprogramma’s zijn gebaseerd waar ik als visual designer veel mee werk). Ik bedoel daarmee te zeggen dat ik jou als kijker niets wil opleggen, maar jou vraag te kijken en te zien wat jij ziet. Wel krijgen ze allemaal een uniek nummer op basis van een priemgetal – waarover ik in een volgende blog meer zal schrijven.

Maar …

Probleem opgelost, dus? Niet helemaal. Want onlangs beluisterde ik een podcast van de bekende (en geweldige) kunstenaar Henk Visch over hoe hij met titels omgaat. Zijn filosofie is dat een titel een extra laag aan het werk geeft – en hij vindt het een uitdaging om de kijker door een ontregelende titel verder te laten denken. Als ik eerlijk ben, is daar ook veel voor te zeggen.

Ik ben daarom toch weer (voorzichtig) aan het experimenteren met titels. Maar alleen dan, als ze voldoen aan het Visch-criterium: ze moeten een extra laag aan het werk geven en de kijker aan het denken zetten. Zo is een oorspronkelijke wysiwyg (#0003) – een tweeluik met een groot zwevend kruis boven een kaal heuvellandschap – inmiddels van een titel voorzien: ‘Shipless Ocean’. Die woorden komen uit de songtekst Song to the Siren, geschreven door singer/songwriter Tim Buckley (tot voor kort kende ik alleen de uitvoering van This Mortal Coil). De titel ‘Shipless Ocean’ prikkelt, omdat het beeld niet in eerste instantie aan een grote watermassa doet denken. Maar als je even verder denkt: kan dat kruis niet ook een oud en versleten zeil van een schip zijn?

UPDATE

We willen weten wat we zien. De titel van een schilderij stuurt onze blik. Een probleem: schilders voor de 18de eeuw gaven hun werk geen naam. Hoe komen zulke schilderijen aan hun titels? En welke criteria hanteren de bedenkers ervan, toen en nu.

Lees verder in het Volkskrant-artikel Waarom de titel van een schilderij ertoe doet