Unica of serica?

Over de vraag of kunst ‘familie’ kan zijn

Kort nadat ik begonnen was met het maken van digitale kunst op mijn iPad, bekeek ik de (Engelstalige) documentaire1 over de Amerikaanse kunstenaar Robert Motherwell (1915-1991). Een documentaire die diepe indruk op mij maakte.

Motherwell studeerde aanvankelijk filosofie, poëzie en kunstgeschiedenis aan Stanford University, maar begon op zeker moment schilderlessen te volgen. Al snel werd zijn talent herkend door mede-kunstenaars uit de zogeheten New Yorkse school waartoe ook Jackson Pollock, Willem de Kooning, Adolph Gottlieb, Franz Kline en Arshile Gorky worden gerekend.

Dat hij een academische achtergrond had kwam goed uit: Motherwell schreef diverse publicaties over de ideeën van de New Yorkse school en bezorgde de beweging aldus een soort van historisch bewustzijn. Niet onbelangrijk, want het baanbrekende werk van de Amerikaanse abstract-expressionisten werd aanvankelijk publiekelijk verketterd, omdat ze rigoureus afstand namen van de traditionele (lees: figuratieve) manier van kunst maken.

Anders dan veel andere schilders heeft Motherwell gedurende zijn carrière altijd geweigerd voor één typerende stijl te kiezen. Zijn oeuvre bestaat uit een aantal ‘series’ waar hij in de loop van zijn carrière steeds op terug pakte. Die series hadden titels als ‘Open’ of ‘Elegy’, waarbinnen hij schilderijen nummerde of een extra aparte titel gaf. Een werk kon dus bijvoorbeeld ‘Open No. 122 in Scarlet and Blue’ heten. Of ‘Elegy to the Spanish Republic No. 57

In een eerdere blog schreef ik over de titels van mijn werken op doek, en mijn moeizame verhouding met het vinden van goede titels. Ik introduceerde daar ook het Visch-criterium: een titel dient een extra laag aan het werk toe te voegen en de kijker tot doordenken aan te zetten.

Voor mijn digitale werk kostte het me (vreemd genoeg) veel minder moeite om goede titels te vinden, en terugkijkend denk ik dat dat komt omdat ik me van meet af aan door Motherwell liet inspireren. Zijn titels zijn nauwelijks dwingend, het zijn meer aanduidingen van ‘families’ van werken.

Zo ben ik eigenlijk direct in vergelijkbare ‘families’ gaan werken – series met een algemene aanduiding die iets zegt over de basis, hoofdlijnen of de achterliggende gedachtes van de serie. Zo ligt aan de serie ‘Vein of the City’ een reeks plattegronden van steden waar een rivier doorheen loopt ten grondslag: Berlijn, Istanbul, New York.

De serie ‘Mirror for the Sun’ kenmerkt zich door een terugkerende beeldthematiek (een ‘zon’) en een karakteristiek kleurgebruik.

De serie ‘Komorebi’ — het onvertaalbare Japanse woord voor het typische licht van door boombladeren gefilterd zonlicht — is een studie naar clair obscur, de contrasten tussen licht en donker.

Net als Motherwell hanteer ik binnen de series een nummering. Soms maak ik daarvoor gebruik van Romeinse cijfers (‘Komorebi’), soms van priemgetallen (‘Mirror for the Sun’). Met die priemgetallen wil ik aangeven dat elke werk uniek, ‘ondeelbaar’ is behalve door 1 en zichzelf. En binnen ‘Mirror for the Sun’ hebben een aantal werken nog een tweede titel, zoals ‘Moody Sun’ en ‘Crusade’.

Misschien klinkt het voor de lezer als (nodeloos) ingewikkeld, maar zelf voel ik mij er senang bij. Het geeft namelijk een zeker houvast bij het maken van digitaal werk. Waar je bij het werken met ‘echt’ materiaal vaak onbewust wordt gestuurd door de materie, ontbeer je die sturing bij het maken van digitaal werk. Door in (genummerde) series te werken kom je als het ware sneller in de juiste ‘mood’ – een aantal digitale basisingrediënten liggen als het ware al vast en daar kun je op door.

Zeker voor wie nog zoekende is naar een eigen stem in de digitale kunst, kan dit een waardevolle tip zijn!

Een verzameling video’s over Motherwell

1 Robert Motherwell & the New York School: Storming the Citadel uit 1991 – helaas niet langer online beschikbaar door een auteursrechtenclaim.